Het zit er weer op

En inmiddels zijn we al weer een week thuis. Het was een zeer relaxte vakantie en niet te vergelijken met onze trips door de VS waarbij we iedere dag iets te vermelden hadden op ons blog.

Na het kanoën, en de bijbehorende spierpijn, hebben we lekker lui de dagen vol gemaakt. Donderdag ochtend zijn we nog naar de wekelijkse markt in Lalinde geweest. Het was gezellig druk tussen de kraampjes en na wat aankopen hebben we de rust rond het zwembad weer opgezocht.

Vrijdags zijn we ter afsluiting nog een keer gaan karten en heeft Paula ook een rondje meegedaan. En waarschijnlijk zal het ook bij deze ene keer blijven. 🙂

Na het poetsen konden we op weg naar huis. Dit hebben we ook in 2 etappes gedaan. Met een overnachting in Rambouillet werden het 2 ritten van ongeveer 500 km. Van zwarte zaterdag hebben we gelukkig haast niets gemerkt en zondags was het helemaal rustig op de weg.

Van de Franse cultuur hebben we nog niet veel meegekregen. Mogelijk iets om volgend jaar wat meer van te ontdekken. Wat ons betreft was het namelijk zeker voor herhaling vatbaar.

Vézère Canoeing

Nadat we een paar dagen aan het zwembad hadden liggen luieren en lezen, was het tijd weer eens wat actiefs te gaan doen. Het werd een dagje kanoën op de Vézère: een zijrivier van de Dordogne. Via kronkelweggetjes met het ene na het andere mooie huisje kwamen we bij het stadje Le Bugue, waar een enorme file stond. Er was een braderie gaande, en wij moesten er dwars doorheen (samen met nog honderden andere auto’s). Uiteindelijk kwamen we rond een uur of 11 aan bij de kanoverhuur. Daar was een Nederlander die ons uitleg gaf. Altijd handig! Het werden twee tweepersoonskano’s, en we konden meteen in het busje dat ons naar het vertrekpunt bracht. Daar moesten we in de kano’s gaan zitten en duwde de chauffeur ons het water in. Op de één of andere manier viel dat niet mee met de kano waar Hans en Paula inzaten. Waarschijnlijk was de ton met eten en drinken die wij bij ons hadden te zwaar. 😉

We hadden een tochtje van 13 km voor de boeg, en we moesten eerst even uitvinden hoe de kano werkte: de achterste had een dubbele peddel om mee bij te sturen, en de voorste had een enkele peddel met handvat. Met Hans en Jasper als stuurmannen hadden we al gauw de slag te pakken. Dat gold niet voor een boot met Engelsen die we onderweg tegenkwamen: allebei aan de linkerkant peddelen, en dan wisselen en allebei aan de rechterkant peddelen om terug te draaien. Ze hadden al meer dan een volledige cirkel gedraaid toen wij ze inhaalden. Hahahaha.

Onderweg hebben we nog even aangelegd om wat te eten en te drinken. Heel jammer dat we onze telefoons niet mee hadden genomen: we hebben geen foto’s kunnen maken. Omdat we een ton kregen voor onze spullen, hadden we ze eigenlijk best mee kunnen nemen. Maar dat is dan weer iets voor de volgende keer.

Wouter wilde ook wel een poosje sturen. Helaas ging dat net zo als met het karten: van links naar rechts over het water en steeds moeten corrigeren. Dat zal wel erg vermoeiend zijn geweest, want op een gegeven moment gingen ze toch maar weer terug wisselen.

Onderweg hebben we heel veel grotten in de bergwanden gezien. Sommigen waren onbereikbaar, anderen zagen zwart van de toeristen. Ook een kerkje uit de tijd van de Tempeliers was half in de rotswand uitgehakt en half opgebouwd. Erg mooi om dit vanaf het water te kunnen zien. Deze route is echt een aanrader!

Na tien kilometer hadden we er eigenlijk wel genoeg van, terwijl we nog drie kilometer verder moesten. De verzuring begon zijn werk te doen in onze armspieren, en we kregen nog wat wind tegen ook. Het weer was wel fantatsisch: niet te warm, niet te koud, en net licht bewolkt zodat we geen zonnebrandcrème nodig hadden.

Bij de aanlagplek lieten we onze kano’s aan land varen. De voorste ging eruit, trok hem verder op de kant zodat de achterste ook uit kon stappen. De jongeman die er stond vroeg ons de peddels in te leveren. Hij zou wel voor de kano’s zorgen. Dat vonden wij prima!. Na een lekkere Magnum gingen we weer naar huis, maar dan niet via Le Bugue deze keer.

Thuis gauw het zwembad open, en nog even dobberen, want inmiddels was het wel lekker weer. Nu is het tijd om te stoppen met het typen van deze blog, want mijn armen doen teveel pijn om ze boven het toetsenbord te houden. Dat wordt wat morgen!

De eerste paar dagen

Maandag was een lekker rustig dagje: we hebben een rondje gereden en genoten van het uitzicht over de Dordogne. Verder hebben we natuurlijk lekker genikst en in het zwembad gehangen met de Haaaai.

Dinsdag was voor de mannen tot nu toe de topdag: Karten. Buiten tien minuten rondjes racen. Al snel werd duidelijk dat Wouter teveel Mario Kart heeft gespeeld: hij was meer aan het driften dan aan het rijden. Paula heeft zelfs één van zijn pirouettes op film vast weten te leggen. Jasper zat met volle concentratie en een verbeten trek om zijn mond achter het stuur. Hij moest en zou natuurlijk van zijn vader winnen. Maar ja: massa is traag dus dat is ook wel gelukt. 😉 Stijf van de adrenaline kwamen ze van de baan. Natuurlijk was één rondje niet genoeg, en er moest een tweede rondje gereden worden. Paula had aan de kant ook de grootste lol met foto’s en filmpjes maken, want zonder dat iemand het wist, kwam Playmobil Bob ook even kijken. 😉 Conclusie: Wouter is een beetje driftig, en Jasper zijn rijlessen hebben wel hun nut gehad (maar voorlopig maar even niet in mijn auto rijden!).

Woensdag wilde Hans om 11 uur in de auto zitten om naar een kasteel te gaan. Aangezien hijzelf en Wouter pas rond half 11 uit hun bed kwamen gerold, ging hem dat niet meer worden. Dus zijn we maar naar een ander kasteel gegaan, waar we een rondje omheen wilden lopen. Het kasteel was prachtig, en bewoond. Drie robotjes waren het gazon aan het maaien, en een bosje schapen in een andere wei waren onder een boom aan het staken. Ik zeg: shoarma!  Dat rondje er omheen bleek niet te kunnen, maar er waren wel wandelroutes. Het probleem was alleen dat bij het ene bordje stond dat de gele route 4,5 km was, en bij het andere bordje 10,5 km. Halverwege moesten we een steil paadje op met losse stenen, en was er geen pad zichtbaar dat ons binnen 4,5 km weer terug zou brengen naar de auto, dus zijn we maar omgedraaid.

Donderdag hebben we iedereen maar om half 9 wakker gemaakt om naar Château de Beynac te gaan. Dat opstaan op dit tijdstip vonden onze pubers even niet zo leuk… Met een rugzak met drinken, fruit en lunch vertrokken we naar Beynac-et-Cazenac. Daar konden we nog net parkeren, en dus hebben we maar meteen een kaartje voor de hele dag gekocht. Het kasteel is bovenop een rots gebouwd, dus het was 15 minuten lopen naar boven. Opgewekt begonnen we aan de lange, steile klim naar boven. Onderweg hebben we een paar keer gestopt om uit te puffen, ventolin te gebruiken en de laatste restjes kinkhoest eruit te hoesten. Tjonge, wat een klim en wat weinig conditie! Boven kwamen we eerst op de binnenplaats waar een bordje hing dat de stallen gebruikt waren voor de film van Jeanne d’Arc. Het kasteel was erg mooi, maar helaas vrij leeg. Er was wel iemand bezig met boenwas, wat direct op onze longen sloeg. Gauw naar boven dus. Bij de wenteltrap stond een maliënkolder dat zijn middelvinger uitstak. Niet zo netjes! Boven hadden we een prachtig uitzicht over het hele gebied. Je kon zelfs meerdere kasteeltjes zien liggen. Op weg naar beneden kwamen we door de keuken. Er hingen grote haken aan het plafond, waar waarschijnlijk het vlees aan hing te drogen/ roken. De jongens konden zich hier niks bij voorstellen. Wat heel praktisch was: aan de kopse kanten van de tafels zaten gleuven waar de zwaarden in gestoken konden worden tijdens het eten. Toen we de keuken uitliepen naar een klein binnenplaatsje, moesten we over een ophaalbrug. Daaronder hadden ze gemene spiesen in de grond gezet. Zo ongeveer elke poort die we doorkwamen, beschikte over een valhek. Het was echt een kasteel dat gebouwd was om een beleg te doorstaan. Bij een prachtig uitzicht hebben we ons fruit opgegeten, en buiten de muren hebben we nog een lekker ijsje gekocht. Jammer dat Jasper het leuk vond om bij zijn moeder het onderste puntje van het horentje af te bijten in de hoop dat het zou gaan lekken. Toen weer naar beneden lopen: heel voorzichtig. Het was een aanslag op de bovenbeenspieren. Beneden hebben we nog een hoedje voor Paula gekocht, omdat de andere te groot was. Op de terugweg kon Paula meteen de felbegeerde selfie maken bij een veld met zonnebloemen. ‘s Avonds kon grillmaester Jasper zich weer uitleven op de Weber-barbecue. Hamburgers deze keer. Lekker hoor! Nadat Wouter eindelijk een keer verslagen was met Risk, hebben Hans en Paula de film van Jeanne d’Arc gekeken. Met pauzes, want hoe langer we keken, hoe vaker hij ermee ophield. Grrr!

Vandaag (vrijdag) begon de dag zonnig, dus konden we weer lekker buiten ontbijten. Nu zijn ze ingesmeerd een potje tafeltennis aan het doen, om straks weer een duik in ons zwembad te kunnen nemen.

Foto’s staan weer in het album.